Home      Vereniging      Actueel      Genealogie      Contact      Archiefindex      Links      Fotoarchief       Mededelingenblad     Publicaties

Buitendams 118
De geschiedenis van een Giessendamse boerderij.
W. van Wijngaarden


Fraai staat het in het rapport ten behoeve van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg:
'Op voor de Alblasserwaard kenmerkende wijze bijt de smalle boerderij zich als het ware vast in het dijklichaam. Het licht golvende rieten dak en het zwart geteerde achterlijf versterken dit authentieke beeld'.


Deze beeldspraak is juister en suggestiever dan het beeld van 'slapende boerderijen tegen de dijken van de grote rivieren', dat ik in een ander verband las. De boerderij Buitendams 118 was de laatste jaren onbewoond, tenminste het woongedeelte. Maar tot 'slapen' kwam het niet temidden van de lage dijkwoningen, constructiewerkplaatsen en andere kleine bedrijven.


Ook de gebeurtenissen rondom de hofstede verhinderden de laatste jaren een rustig indommelen, om dezelfde beeldspraak nog even voort te zetten. In verband met de ruilverkaveling veranderde de boerderij enige malen van eigena(a)r(esse). De laatste was de Gereformeerde Gemeente. Zij kocht haar met het omliggende erf, om er een nieuwe kerk te bouwen. In diezelfde tijd werd de boerderij op de voorlopige lijst van beschermde monumenten geplaatst. Na protest van de nieuwe eigenaresse werd zij echter van de lijst weer afgevoerd en in augustus van het jaar 1980 gesloopt. En nu leeft zij slechts voort in de herinnering, want ook in dit verband gelden de dichtregels van J.C. Bloem.
Maar het vergankelijke kent geen keer dan in de opstanding der herinneringen.


Er is evenwel gelukkig meer dan de herinnering van mensen. Daar zijn vastgelegde bouwkundige gegevens, kadasterkaarten, koopaktes uit rechterlijke en notariële archieven en dergelijke. Daarin ligt het verleden als het ware te wachten om ontdekt en zo tot nieuw leven gebracht te worden. Al lezende zal men misschien iets herkennen van wat men vroeger nog zelf heeft gezien of van wat men weet van horen zeggen. En soms staat het dan zo duidelijk voor ogen, als of het gisteren is gebeurd. De dichter kent zo'n ervaring ook.
Hij zegt in het al geciteerde gedicht:
Gisteren is even ver als deze dingen:
In het verleden is de tijd niet meer.

(35 pag./18 ill./1981)