De April-meistaking van 1943

De April-meistaking van 1943

Op 29 april 1943 vermeldden de kranten dat de Duitsers wilden dat de voormalige Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap werden genomen. De oorzaak van dit besluit moet worden gezocht in het feit dat het de Duitsers op veel fronten niet goed ging. Bovendien was men bang voor een invasie vanuit Engeland.

De onverwachte Duitse maatregel leidde tot een evenzo onverwachte reactie van de Nederlandse bevolking: een reeks van stakingen, die later de geschiedenis zijn ingegaan als de ‘April-meistakingen van 1943’.

De stakingen begonnen bij Machinefabriek Stork in Hengelo, waar 3.000 werknemers wegliepen. Veel andere bedrijven in het land volgden dit voorbeeld. Voordat de dag om was, werd er al bij veertig bedrijven gestaakt.

In Hardinxveld en Giessendam werden pamfletten verspreid door een verzetsgroep uit Dordrecht, waarin werd opgeroepen om ook tot staking over te gaan. Reeds op 30 april werd er gestaakt bij Scheepswerf De Merwede (400 man), Scheepswerf De Hoop (65 man), Scheepswerf en Machinefabriek De Holland (100 man) en bij IJzergieterij Versteeg (25 man). Daarnaast werd er bij tal van bedrijven gestaakt.

De Duitsers sloegen hard terug. Er volgde direct een onderzoek dat in de Alblasserwaard werd geleid door Kriminalsekretär Hoffmann van de ‘Dienststelle’ Rotterdam.

Op vrijdag 30 april was er politie langs de Merwede actief en op zaterdag 1 mei kwam Hoffmann zelf naar Hardinxveld, maar hij ging nog niet tot actie over. Wel eiste hij lijsten van werknemers die niet op het werk waren verschenen.

De zondag daarop werd burgemeester Klaas de Boer door een officier van de Grüne Polizei met de naam Renner uit de kerk gehaald omdat er een aanplakbiljet, met de oproep om door te staken, was aangetroffen bij het viaduct over de Nieuweweg. Burgemeester De Boer overlegde met de directeur van De Merwede en riep vervolgens de werknemers op om de staking te beëindigen, anders zou er ’s maandags ‘bloed vloeien’.

Omdat die maandagmorgen veel werknemers opnieuw niet op hun werk verschenen, nam de directie van De Merwede de vlucht en verdween.

Toen in de loop van de dag toch werknemers zich meldden om weer aan het werk te gaan, werden enkelen van hen door Hoffmann gearresteerd. Hoffmann was eerst met overvalwagens naar scheepswerf De Holland gereden, waar directeur Marinus Caljé zich met hand en tand verzette. Hoffmann droop af en ging naar werf De Merwede, waar een belangrijk deel van de mensen al weer aan het werk was gegaan.

Op grond van een personeelslijst werden negentien werknemers opgepakt die hun persoonsbewijs moesten inleveren. Vier anderen, die juist arriveerden bij de werf, werden gevangen genomen. Het waren:

Ze werden afgevoerd naar Rotterdam, waar ze nog dezelfde dag in een uiterst summiere procedure werden veroordeeld tot de doodstraf door de kogel. Het vonnis werd diezelfde dag voltrokken. Ze kregen nog kort de gelegenheid om een afscheidsbriefje te schrijven naar hun dierbaren.

Voordat deze briefjes de geadresseerden bereikten, hing er al een ‘Bekanntmachung’ op scheepswerf De Merwede waarin het verschrikkelijke feit werd gemeld.

In die bekendmaking stonden enkele fouten, die mogelijk illustratief zijn voor de snelheid waarmee de Duitsers te werk gingen. Zo werd Van Giessen als ‘Van der Giesser’ vermeld, met als geboorteplaats ‘Boidiejen’. Dit moet Poederoijen zijn, een plaatsnaam die voor de Duitsers kennelijk onbekend was.

Bewerking van een hoofdstuk in: Korpel, De Waard in oorlogstijd dl. 1.

Jan Willem de Blaey

Jan Willem de Blaey werd geboren op 29 juli 1914 te Hardinxveld en hij was gehuwd met Jozijntje van Bennekum. Het gezin woonde op Emmastraat nr. 6. Jan Willem werkte als elektrisch lasser bij scheepswerf De Merwede.

Hij werd gefusilleerd door een Duits vuurpeloton op 3 mei 1943. Jan Willem de Blaey werd 28 jaar.

Cornelis van Giessen

Cornelis van Giessen werd op 9 juli 1904 geboren in Poederoijen als zoon van Gerrit van Giessen (1859–1911) en Antonia van der Meijden (1868–1942). Na het overlijden van haar man in 1911 hertrouwde Antonia op 16 juli 1914 in Poederoijen met Willem Blokland (1871–1927). Het echtpaar ging in Boven-Hardinxveld aan de Rivierdijk wonen.

Cornelis ging na zijn schooltijd werken bij scheepswerf De Merwede, waar hij werkte als corveeër en sjouwer (volgens een andere bron als ijzerwerker).

Zijn laatst bekende woonadres is Rivierdijk B 128, tegenover scheepswerf De Hoop.

Hij werd gefusilleerd door een Duits vuurpeloton op 3 mei 1943. Cornelis was ongehuwd en werd 38 jaar.

NB: Ondanks veel inspanningen is het niet gelukt een foto van Cornelis van Giessen te vinden.

Cornelis Willem de Kok

Cornelis Willem de Kok werd geboren op 9 oktober 1889 te Hardinxveld. Hij was gehuwd met Wilhelmina Hendrika ’t Jong en woonde aan de Stationsweg 135 te Sliedrecht. Voor zover bekend bleef het huwelijk kinderloos. Het echtpaar had een aangenomen dochter.

Cornelis de Kok werkte als scheepstimmerman op scheepswerf De Merwede.

Hij werd gefusilleerd door een Duits vuurpeloton op 3 mei 1943. Cornelis Willem de Kok werd 53 jaar.

Dirk Loeve

Dirk Loeve werd op 1 november 1919 geboren als zoon van Willem Loeve en Janna Verdoorn. Het gezin woonde aan de Achterdijk (later Kerkweg) nr. 6. Dirk was het vierde kind in een gezin dat in totaal zeven kinderen zou tellen.

Dirk was geboren met een gespleten verhemelte en had een zogenoemde hazenlip, wat het spreken voor hem bemoeilijkte. Voor zover bekend werkte hij bij aannemer Van Houwelingen en was hij tijdelijk geplaatst op scheepswerf De Merwede. Piet van der Plas vermeldt in zijn lijst van oorlogsslachtoffers dat hij ijzerwerker was. Mogelijk werd gedacht dat hij als ‘kriegswichtig’ arbeider op een scheepswerf veiliger was voor tewerkstelling in Duitsland.

Het liep anders. Dirk werd gearresteerd op 3 mei en schreef diezelfde dag een ontroerende afscheidsbrief aan zijn ouders.

Hij werd gefusilleerd door een Duits vuurpeloton op 3 mei 1943. Dirk Loeve was ongehuwd en werd 23 jaar oud.